PEP – Powered by BNA

Na een tweejarige verloving is de verbintenis tussen PEP (Professional Experience Programme) en de BNA een feit. Op 13 januari ondertekenden BNA-voorzitter Francesco Veenstra en Bestuursvoorzitter Stichting PEP Jeroen van Schooten de ‘akte’; een mooi moment om de balans op te maken, en vooruit te blikken op de toekomst, als PEP – Powered by BNA.

PEP – Powered by BNA

PEP is bedoeld voor architecten, stedenbouwkundigen, landschapsarchitecten en interieurarchitecten. ‘PEP-deelnemers en -alumni zien het als een pre dat al die disciplines in het programma bij elkaar komen, en dat je de ontwerpers leert kennen met wie je in de praktijk te maken krijgt’, weet Van Schooten. Maar de beroepsverenigingen vreesden dat de integratie in de BNA zou leiden tot een ongelijkwaardige relatie. Dat is nooit de bedoeling geweest, daarom zijn ‘huwelijkse voorwaarden’ opgesteld. Veenstra: ‘De naam PEP blijft bestaan en krijgt het achtervoegsel Powered by BNA. De beroepsverenigingen BNSP, NVTL en BNI zijn en blijven in de programmaraad vertegenwoordigd, om het multidisciplinaire curriculum te ontwikkelen.’

 

Multidisciplinair curriculum

Veenstra was al in gesprek met de beroepsverenigingen om te spreken over mogelijke samenwerkingen; ze zitten immers in hetzelfde pand, op dezelfde verdieping. ‘Ik zie dat de combinatie van disciplines voordelen biedt. Er zijn steeds meer bureaus die op alle schaalniveaus werken, waarbij stedenbouwopgaven regelmatig leiden naar architectuuropdrachten. Bij die bureaus zie je ook dat stedenbouw en landschap steeds meer verweven raken. Er ontstaan allerlei dwarsverbanden. PEP kan die ontwikkeling verder te brengen, als ‘paraplu’ waaronder we gezamenlijk optrekken.’

 

In de architectuur is sinds 2003 het nodige gebeurd, hoe is PEP in die periode veranderd? Van Schooten: ‘Het programma wordt continu bijgeschaafd, ontwikkelt mee met het vak. Denk aan de opkomst van automatisering – BIM, REVIT – en tenders waarbij je geen ontwerp maar een visie presenteert. Met de beroepsverenigingen BNSP en NVTL is een ruimtelijk traineeship Landschapsarchitectuur en stedenbouw ontwikkeld. Momenteel wordt gewerkt aan een vernieuwd curriculum, dat in september start.’

 

Meester-gezel

PEP begon als een samenwerking tussen twee personen – een starter en een geregistreerd ontwerper met tenminste vijf jaar beroepservaring– met voor alle deelnemers maandelijks een studiedag op locatie, met afsluitend een netwerkmoment. Veenstra zou dat netwerk graag uitbreiden naar de architectenbureaus. ‘Ik denk dat je daarmee een schat aan informatie en relaties voor iedereen opent.’ Van Schooten: ‘PEP deelnemers horen hoe het op andere bureaus werkt, kunnen die met elkaar vergelijken en ontdekken wat bij hen past. Maar als mentor vond ik het zelf ook verfrissend om zo een kijkje in andermans keuken te krijgen.’

 

Zou het niet mooi zijn als de meester-gezelrelatie door bureaus werd omarmd, mijmert Veenstra. ‘Een ervaren bureau neemt het jongere mee op sleeptouw, helpt bijvoorbeeld bij het opstellen van contracten. Dat vergt een andere kijk op samenwerking – generositeit ook.’ Van Schooten: ‘Met als groter doel: dat de hele ontwerpwereld beter in staat is om het ambacht uit te voeren en maatschappelijke thema’s op te pakken.’

 

Blijven leren, meer kennis delen

‘PEP gaat uit van kennisdeling’, vervolgt Van Schooten, en daar zijn architecten volgens hem slecht in. ‘Als je kijkt hoe weinig bureaus uitgeven aan opleidingen voor medewerkers; in de IT is dat 7,5%, bij architectenbureaus 0,75%. PEP is wat dat betreft zo van: hèhè– eindelijk. Echt een stap.’ Veenstra: ‘Eigenlijk zouden we een manier moeten zoeken om de opgelegde motivatie om het PEP-traject te volgen – toegang tot het Architectenregister – om te zetten in een intrinsieke motivatie, om te blijven leren.’